Brabants op het web

Joop van den Bremen

Nader beluisterd
Staal in Brabant

Na zijn overlijden groeide Ede Staal uit tot een van de succesvolste streektaalzangers van Nederland. Meer dan honderdduizend exemplaren van zijn cd’s gingen over de toonbank. Zijn liedjes vonden hun weg naar alle windstreken. Zijn teksten kun je in het Vlaams en zelfs Japans horen. Dit jaar is het vijfentwintig jaar geleden dat Ede Staal overleed. Een goed moment om eens stil te staan bij de sporen die de Groninger in Noord-Brabant achterliet.

Ede Ulfert Staal werd op 2 augustus 1941 in Warffum geboren en groeide op in Leens in een gezin waar geen Gronings werd gesproken. Hij pikte de taal op van de straat. Zijn eerste muzikale schreden zette Ede als 10-jarige in de plaatselijke dorpsfanfare. Daarin speelde hij trompet. Na zijn middelbare school startte hij met een studie medicijnen aan de Rijksuniversiteit in Groningen maar veranderde al snel van studierichting. Het werd uiteindelijk Engels, de taal die hij als leraar onderwees en waarin hij in 1974 zijn eerste song schreef. In 1981 volgden pas liedjes in het Gronings. Staal schreef bovendien in het Deens en het Oost-Fries.

Ede Staal woonde in uiteenlopende plaatsen in Groningen. Daar sprak men steeds een andere dialectvariant. Hij gebruikte uiteindelijk een taalmix waarmee alle Groningers uit de voeten konden. Het is een van de redenen voor zijn immense populariteit in het noorden. De creatieve Groninger werkte mee aan verschillende programma’s van de regionale zender Radio Noord. Voor een spellingscursus in 1986 schreef hij liedjes en sketches. Zelf speelde hij daarin bovendien een van de twee hoofdrollen.
Op 4 oktober 1986 zou Staal de K. ter Laanprijs in ontvangst nemen (een prijs vergelijkbaar met de Brabantse Ad de Laatprijs). Ede Staal overleed echter op 22 juli 1986 en kreeg de prijs postuum uitgereikt.

Het bekendste lied van Ede Staal is ongetwijfeld Het het nog nooit zo donker west (Het is nog nooit zo donker geweest). Het staat sinds de start van de ‘Groninger Top-50’ in 1998 ononderbroken bovenaan in deze hitlijst van RTV-Noord. De Limburgse versie van het lied 't Is nog noŽts zoŽ donker geweŽs, haalde zelfs de eerste plaats in de Top-100 van de regionale zender L1 in 2004. In datzelfde jaar ‘dreigde’ het lied, na een actie van het Dagblad van het Noorden, door te dringen tot de hoogste posities in de Top-2000. De zendermanager van Radio 2 stak daar echter een stokje voor en verwijderde het nummer uit de lijst. Dit tot grote ergernis van veel Groningers die hun eigen grondhouding (“Woar het dat nou veur neudig”) met deze actie zelfs opzij hadden gezet.
Het lied volgde desondanks zijn eigen weg en maakte ook iets los bij Henk Habraken, kort voor hij zijn cd Goei weer, weer goei opnam. “Het was puur toeval want de radio stond aan. Ik dacht, ‘dat is leuk’. Toen heb ik nog een stukje opgenomen. Ik had nog nooit van Ede Staal gehoord. Later heb ik nog eens geÔnformeerd en hoorde dat het lied van hem was.” De productieve zanger uit Heeswijk-Dinther gebruikt gewoonlijk eigen melodieŽn voor zijn liedjes maar deze keer nam hij de wijs van Ede Staal over voor zijn Geluk.

Al in het begin van de jaren negentig werd een andere Brabander, Cor Swanenberg, door Het het nog nooit zo donker west geraakt. “Ik was in Winschoten bij een kleine uitgever, die deed in prentbriefkaarten en dialectteksten. Terwijl ik daar lunchte hoorde ik een liedje van Ede Staal en ik vond het zo schitterend. Ik ben naar een platenzaak gestapt. Die had twee cd’s van hem. Die heb ik allebei gekocht. Ik was er meteen van gecharmeerd.”
Swanenberg gebruikte - vanaf de start - Sjang van Ad de Laat als herkenningsmelodie voor het ‘Brabants Ketierke’. Dat presenteerde hij voor Omroep Brabant Noord-Oost. Toen de vraag kwam om die tune te veranderen en er een stukje tekst aan te koppelen, koos Swanenberg het begin van Wat moakt het oet van Ede Staal en vertaalde het in het Brabants. “Het heeft jaren gedraaid als herkenningsmelodie van mijn ‘Brabants ketierke’ in Den Bosch.”
Wat moakt het oet was oorspronkelijk de herkenningsmelodie van de eerder genoemde cursus Gronings. Waar Staal zich in het lied tot de cursisten richt: “…De ziel van elk verhoal, joen aigen toal” (jullie eigen taal) trekt Swanenberg de tekst naar zichzelf toe: “…wor ik dan vŗn verhaol, in Ťige taol”.

Lambert van Hintum vertaalde het lied weer op een andere manier: “…De ziel van elk verhaol, ons eige taol.“ De Brabantse zanger-liedschrijver uit Berghem is een ware Staal-fan. Bij hem sloeg de vonk over bij een film van de RVU.
“Ik zag een documentaire op de televisie op een zondagmiddag. Prachtige beelden, een Groninger van dat land, liedjes en verhalen van zijn zoons en zijn vrouw. Dat heb ik opgenomen. Toen ik in 2000 las dat er in Leens een tentoonstelling was, heb ik die bezocht en ben toen echt in hem geÔnteresseerd geraakt.“
Van Hintum koos acht liedjes van Ede Staal, voorzag ze van een Brabantse tekst en zette die - samen met zes eigen liedjes - op de cd Mīn ťige laand. Daarbij het bekendste lied van Staal als Het is nog nooit zo donker geweest. Bij de acht gekozen Staalliedjes is ook het minder bekende - maar zeker zo fraaie - Doar bluit mien eerappelland. Oorspronkelijk was dat lied niet gepland voor de eerste titelloze Staal-lp, die later - naar de eerste track - Mien toentje is gaan heten. Om de lp-uitgave te kunnen financieren was nog een geldschieter nodig. Het aardappelmeelbedrijf Avebe bleek daartoe bereid, waarop Staal in zeer korte tijd het nummer schreef en alsnog op het album plaatste.
Lambert van Hintum volgde bij zijn omtaling niet de tekst van de Groninger. “Toen ik dat liedje van Ede Staal las, dacht ik aan ons dorp. Ongeveer honderd meter van waar ik ben opgegroeid, woonde een boer. Die kwam altijd met die knolletjes tegen de herfst. Wij noemden ze pisknullekus. Van die bittere knolletjes. Ik denk dat ze gewoon als veevoer werden gebruikt. Mijn gedachten zijn eigenlijk bij die boer gebleven. Zo is dat liedje ontstaan.”
Van Hintum had bij de vertalingen nog een handicap. “Ik had geen woordenboek. Van een moeilijk woord heb ik dan gewoon iets anders van gemaakt. Soms is het te herleiden maar Ede heeft zich ook woorden toegeŽigend, om het zo maar eens te zeggen, die misschien al wel vijftig jaar niet meer worden gehanteerd in Groningen.” Staal gebruikte inderdaad in zijn teksten soms archaÔsche woorden (zoals bijvoorbeeld baauwten), die hem aanspraken of perfect pasten in een zin.
Tussen de teksten van het Groningse en Brabantse aardappelland bestaan markante verschillen. Van Hintum kiest duidelijk voor een nostalgische terugblik in een sfeer die je bij veel Brabantse liedschrijvers tegenkomt. De nuchtere Staal kiest juist voor de ontwikkeling van vroeger naar nu. Hij beschrijft de omvorming van de woeste venen naar de huidige veenkolonies. In de laatste regel vertelt hij waar het allemaal om gaat: om wat uit de grond naar boven komt.

De populariteit van Ede Staal vloeit niet alleen voort uit zijn teksten. Hij legde in zijn liedjes ook een aangenaam gevoel. De muziek versterkte die sfeer. Met vaak opvallende (mineur)akkoorden en passende ritmes wist hij zijn situatieschetsen nog beter vorm te geven. Van Hintum vergelijkt het werk van Ede Staal soms met dat van Ad de Laat: “Die twee hebben wel raakvlakken. Het is eenvoudige muziek die toch veel zegt en dan heeft Staal er van die melancholische muziek door heen. Dat is heel apart. Hij gebruikt niet veel akkoorden maar het is echt de stijl van Ede. Niemand heeft zoveel succes met muziek die de mensen aanspreekt. Zijn teksten zijn wel ingewikkelder. Ze lijken eenvoudig als ge ze leest. Dan ziet ge dat het toch iemand is, die goed van wanten weet met de Nederlandse taal. Volgens mij was het ook een denker. Het mystieke van hem dat sprak me toch wel aan. En het eenvoudige, geen kapsones. Ik denk dat je hem compleet omschreven hebt, als je zegt ‘het was een filosofisch persoon die zijn taal omzette in zijn muziek’.”

Ede Staal – Mien toentje
(Mollebone Music, CDEKS 1284, 1984)
Cor Swanenberg (en anderen) – Dik vur mekare!
(AMR records, AMR-SSR 90.97606, 1997)
Henk Habraken – Goei weer, weer goei
(Soundwave SWC 0307, 2004)
Lambert van Hintum – Mīn ťige laand
(Eigen uitgave, Stemra 25848, 2004)

terug naar Ede Staal

Deze pagina is bijgewerkt op