DOUWE TAMMINGA


Douwe Annes Tamminga (Winsum, 22 november 1909) werkte als landarbeider en bouwvakker maar behaalde in 1933 de onderwijsakte. Vanaf 1935 was hij werkzaam in de werklozenzorg en vanaf 1942 was hij leraar Fries en Nederlands in Sneek. Vanaf 1968 tot aan zijn pensioen in 1974 was hij als wetenschappelijk hoofdmedewerker verbonden aan de Fryske Akademy.
Tamminga werkte mee aan het literaire tijdschrift De Tsjerne. Hij vertaalde werken van o.a. Hans Christiaan Andersen, Edgar Allen Poe in het Fries en van Gysbert Japicx in het Nederlands. Verder schreef hij romans, gedichten, essays en toneelstukken in het Fries.
Teksten van Tamminga werden o.a. door Haggis gezongen.
Tamminga ontving diverse literaire prijzen. In 1957 ontving hij de Gysbert Japicxprijs, in 1986 de Piter Jelles-priis en in 1990 de Dr. Obe Postma-priis
Douwe Tamminga overleed op 5 april 2002 in Leeuwarden.


DOUWE TAMMINGA en de PERS:

in 1976:

Fries Folk Festival: vrolijk en geslaagd

in 1984:

Obe Postma en de bossa nova

PUBLICATIES:

"Brandaris" (1933)
"Balladen en Lieten" (1942)
"It liet fen de wylde mier" (1942)
"It griene jier" (1943)
"Nije gedichten" (1945)
"Weitsrop" (1945)
"Styl en stavering" (1948)
"De Hogerhuis-saek" (1950)
"God wol it" (1954)
"Balladen" (1956)
"Hwa? Hwat? Hwerre?" (1956)
"In memoriam" (1968)
"Mei fleur en faesje" (1969)
"Forkearspsalm" (1971)
"Dagen fan heil" (1973)
"Tsien psalmen" (1973)
"Frjemdfolk op Barrahiem" (1978)
"Stapstienen" (1979)
"Fan hearren sizzen" (1981)
"De boumaster fan de Aldehou" (1985)
"Kantekers" (1985)

Deze pagina is bijgewerkt op