magazine
van folk tot
wereldmuziek

NEWfolkSOUNDS op het web

Zeeuwse traditionals ‘Om te ziengen, nie om nae te luusteren’

Joop van den Bremen

Het werk van Will Scheepers en Ate Doornbosch werpt zijn vruchten af. Dat bleek op 15 maart in het dorpshuis van Ritthem. Jeanine Dekker en Marco Evenhuis presenteerden daar een dubbel-cd met Zeeuwse traditionals.

Dekker is adviseur volkscultuur bij de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland. Evenhuis bouwde naast zijn werk als grafisch vormgever ook een reputatie op als hoeder van het Zeeuws (immateriële) erfgoed. Dekker wilde die Zeeuwse liedjes graag bewaren. “Het is waardevol omdat alles heel kwetsbaar is. Je kunt het niet op straat zien. Het zijn geen gebouwen. Dus we wilden een vorm vinden om het vast te leggen.”

De dubbel-cd
Op de dubbelschijf klinken tweeënvijftig liedjes die tussen 1950 en 1970 zijn verzameld. Door liedonderzoekster Will Scheepers, maar vooral door Ate Doornbosch die er lange tijd zijn radioprogramma Onder de Groene Linde mee vulde. Later zijn ze gedigitaliseerd en ondergebracht in de liederenbank van het Meertens Instituut. Dekker en Evenhuis selecteerden uit die verzameling liedjes die in Zeeland zijn opgenomen. Het duo verzorgde tevens de tekst van het begeleidende boekje met daarin informatie over volksmuziek en de liedjescultuur in Zeeland. Bovendien bevat het een toelichting op de zangers en de liedjes.
De zang op de cd’s klinkt vaak met meer overtuiging dan schoonheid. Jan Roose (1926-2002) uit Koudekerke zingt samen met zijn moeder het lied Het was in het bloeien van mijn jaren. Hij wist ook dat het niet om schoonheid ging: “Je ziengt om te ziengen. Nie omdat er nae geluusterd moe ore.” Het openingslied, Mijn Julia is mij ontnomen, gezongen door een heiploeg uit Westkapelle in 1967, is zelfs onverstaanbaar. Het ritme komt de heiers bij hun werkzaamheden echter uitstekend van pas.
Enkele liedjes zijn meer dan vierhonderd jaar oud. Sommige zijn ‘verzeeuwst’. Dat wil zeggen dat ze in het Zeeuws worden gezongen of een tekstaanpassing kregen die meer bij Zeeland past. Ook klinken er enkele koenkelliedjes (liedjes met rommelpotbegeleiding).
Tannetje Polderman-Nagelkerke, die in 1996 op 106-jarige leeftijd overleed, nam bij Ate Doornbosch een speciale plaats in. Tannetje zingt op de tweede cd het lied Vaarwel bruidje schoon met daarin de strofe “Daar gaat nu mijn Cloris, God zal hem bewaren”. Daarmee sloot Ate Doornbosch in 1993 zijn dertienhonderzestiende èn laatste radio-uitzending af.
Het waren vooral mensen van eenvoudige komaf die zongen onder het werk, tijdens feesten, bij het ringrijden, op visite of in een café. Vrijwel iedereen kende de tekst uit zijn hoofd en iedere generatie gaf ze weer door aan de volgende.

Het vervolg
Door het schrappen van het zangonderwijs en de komst van de radio en tv verdween de zangcultuur uit Nederland. Met tv-programma’s als Idols, X-factor en The Voice of Holland lijkt het ook wel of zingen slechts is weggelegd voor getalenteerde individuen. Toch leeft de samenzang hier en daar nog voort. In Zeeland zijn er in het kerkje van Ellewoutsdijk een paar keer per jaar meezingmiddagen. In Domburg zingt men met enige regelmaat nog ‘ouwerwessen’ evenals in Westkapelle, waar in 2000 zelfs een zingende heiploeg werd opgericht. Deze Wasschappelse Heiploeg treedt regelmatig op bij allerlei evenementen. De heiers zingen ook nu niet altijd goed verstaanbaar, maar uit hun lied putten ze wel energie voor het zware werk. Rond Oudjaar klinken op Tholen nog steeds koenkelliedjes en in Yerseke ontstond zelfs een speciaal rommelpotorkest: De Eerste Yerseksche Koenckelpotfanfare.
Jeanine Dekker kijkt uit naar het festival waar Zeeuwse artiesten een deel van de nu verschenen traditionals zullen zingen. “De dubbel-cd is deel één van het project. We hebben hiermee een dwarsdoorsnede van de oude Zeeuwse liedcultuur. We willen daar een vervolg aan geven door hedendaagse muzikanten, artiesten te vragen om die oude liedjes te coveren.” De eerste kandidaten hebben zich al aangemeld maar er moet nog wel wat gebeuren. Artiesten zullen de ‘traditionals’ aanpassen zodat ze zich er zelf in kunnen vinden. Dekker voorziet daarbij geen problemen. “Ik denk dat je als artiest heel vrij kunt variëren.” De planning is ambitieus. “We staan nu nog aan het begin van dat traject. We hopen dat we voor de zomer al het festival kunnen organiseren. Misschien tillen we het over de zomer heen, maar in ieder geval gaat het dit jaar gebeuren.”
Wat er tot nog toe ligt ziet er prima uit: een interessante dubbel-cd plus een boekje van 40 pagina’s dat vrijwel alle achtergronden toelicht. En dat voor vijftien euro. Dat is – om met het Zeeuws Meisje te spreken – “Gin sent tevee”.



Deze pagina is bijgewerkt op