Brabants op het web

Voor u
beluisterd

Joop van den Bremen

Willemien Lips en Yvonne Bekkers uit Schaijk zingen levensliederen in de ware betekenis van het woord. Liedjes over dingen van alledag en mensen die je zo kunt tegenkomen. Waarbij je het gevoel krijgt thuis te zijn. Het duo uit Schaijk noemt zich 'Die Twee' en presenteerde met Goat `r mar zitte, en zet `r mar zuut! een tweede cd. De titel is een mengsel van gastvrijheid en gemoedelijkheid. Dat Brabantse gevoel komt aan het begin van mijn gesprek met Willemien Lips al naar voren als ze vraagt: “Ge kunt het wel verstaon as ik gewn Brabants praot?” Natuurlijk kan dat en daarmee is de toon gezet.

Het begon in de opmaat naar het carnaval. In Schaijk vindt jaarlijks de Moeslandse Pronkzitting plaats. Lips en Bekkers hadden daarvoor in 2000 drie nummers ingestudeerd. Het waren de enige liedjes in dialect die ze kenden. Na afloop vroegen mensen of ze niet een hele avond op konden treden. “Nou als wij deze drie liedjes de hele avond mogen herhalen,” antwoordde Willemien. Toch was die vraag de aanleiding om verder te gaan. Eerst met liedjes van andere Brabantse artiesten en ‘gewone liedjes’ die ook bij liederentafels worden gezongen. Op die prille playlist stond ook Could I have this dance, de countryklassieker van de Canadese zangeres Anne Murray: “gewn, in ‘t Engels”. Willemien vertaalde de song en uiteindelijk vond Krijg ik dizzen dans een plek op de nieuwe schijf. Frans van de Linden bespeelt in het nummer de steelgitaar alsof hij gisteren nog in Nashville optrad. Maar het lied laat vooral horen dat de stap van country- naar dialectmuziek geen vreemde sprongen vereist. Ook de teksten van de andere Brabantse liedjes sluiten uitstekend aan bij de inhoud van veel countrysongs: dingen uit de buurt, van bij ons. Doortje Bekkers, de moeder van Yvonne, schrijft veel teksten voor ‘Die Twee’. Volgens Willemien Lips “vertellen die liedjes een verhaol wa gewn ansprikt, bevobbeld Da kleine Menneke. As ik da zo lees: dan ik zie ik ‘m gewn op da fietske m al z’n spullekes. Da vin’k gewn geweldig. Dn kunde z’n lied k brenge."
Doortje Bekkers schrijft in het Geffens. Willemien Lips woont al vierentwintig jaar in Schaijk maar komt oorspronkelijk uit Volkel. Ze zet de teksten van Doortje Bekkers in haar eigen dialect op de computer. Als het duo zingt, komen de verschillen aan het licht. "Ge hed’t wel gehurd in ons liedjes. ‘t Kan wel es oit zijn da Yvonne net aanders zingt as ik. Mar da laote we alted zo. ‘t Allerirste wa mn opviel toen ik hier kwam wne, was da’ze hier ‘n cht aander dialect han. Inmiddels wonde hier en ge pakt dingen over. Mar ik merk gewn da’k Volkels en Schoiks deurmekaor haol. Want sommige zegge tegen mn: 'Wa ge nou zegt, da’s cht gin Schoiks’.” De cd laat ook teksten van anderen horen. Het gedicht Z mar ‘ne mens, van Ivo van Dinther, is als lied te horen. Het overlijden in 2001 van de kunstzinnige karmeliet vormde de aanleiding: “Ze hebbe toen gevraogd ofda wij ‘n liedje over Ivo wilde make. Wij han boeke thuis van Ivo’s en da zijn prachtige teksten. Di is k cht ‘n origineel. Daor hebben we puur en alleen ‘n melodie opgemakt. We hebbe ‘t k z in ‘tt buukske gezet as zijn dialect. Daor hebben we helemaol niks an veraanderd.” Een ander lied, Bizonder kind, kregen ze van Jeanne van de Rijt. Die gaf het speciaal aan ‘Die Twee’ om het door hen te laten zingen en dat doet het duo met overgave. Aan de cd werkten verschillende muzikanten mee. Hent van den Heuvel (accordeon), Paul van Extel (basgitaar), Jan van Schijndel (o.a. mandoline en doedelzak), en Gerard van de Schans (tin whistle), en de al eerder genoemde Van de Linde, zorgen voor veel afwisseling. De samenwerking verliep volgens Lips uitstekend: “In de studio komt k altd wer die gemoedelijkheid terug.”
Als het tweetal optreedt, zijn niet al die muzikanten erbij, maar de liedjes worden dan wel aan elkaar gepraat. De wisselwerking met het publiek is belangrijk en levert volgens Willemien leuke reacties op. “Krijg ik dezen dans, da is k een btje over verliefd zijn en z. We hebben op de eerste cd een liedje over verliefdheid. Dan vraog ik altijd: ‘wie is er nog verliefd?’ D’r zijn d’r mar weinig die de vinger opsteeke, mar d’r zijn d’r wel bij. Op ‘n gegeeve moment waar d’r ‘n man die zei: ‘Nou, d’n irste keer da ik verliefd waar, toen wis ik eigelijk nog nie wa da waar. Toen bleek achteraf da’k ‘nen bleindendaarm hai.’ En hij mnde da-t-ie verliefd waar. Ja, z'nen aovond die st dan al; die ken nie mer stuk!” Niet overal komen zulke fraaie reacties naar boven maar het publiek geniet steeds. “Overal waor we komme, vinde ze ‘t mooi. Daor staan we cht van te kijken. ‘t Is ‘n hobby die kimooi is en dan is ‘t mooi da gewn aander mense daorvan kunne geniete.”

Liedjes van de besproken cd van “Die Twee” zijn te beluisteren op de cd bij Brabants 9 (nummer 22: Z mar ‘ne mens) en Brabants 10 (nummer 5: Maria weesgegroet).

terug naar Die Twee

Deze pagina is bijgewerkt op