TIJDSCHRIFT
VOOR FOLK EN
WERELDMUZIEK

NEWfolkSOUNDS op het web

Uit het niets de studio in

Als de carnavalsorkesten al lang verstomd zijn en de straten van Limburg zich weer gevuld hebben met lauwe lentelucht, is het tijd voor Romeo. Geen opzwepende polka's of tex-mex zoals we die van Rowwen Hèze kennen, maar zwoele melancholie die probeert je te verleiden.

Wie denkt bij een Limburgse band die in het dialect zingt en daarbij de accordeon hanteert alle ingrediŽnten in handen te hebben voor eeuwig deinende feestmuziek, komt bij Romeo bedrogen uit. Niet dat het bij het gezelschap uit Venlo verboden is om te dansen, maar de Limburgers kiezen met hun rustige composities bewust voor de weg van de meeste weerstand om het publiek los te weken. "Dat geeft uiteindelijk meer voldoening". zegt accordeonist Geert Hermkes (33). En hij kan het weten want hij maakte zo'n vier jaar geleden de Limburgse podia nog onveilig met Rowwen Hèze. Hij vertolkt bij Romeo niet de hoofdrol zoals hij dat bij Rowwen HŤze gewend was. "Daar wordt 60 ŗ 70 procent van de muziek gedragen door de accordeon. Bij Romeo ligt meer de nadruk op de melodie die de accordeon speelt in plaats van op het ritme. Ik kan nu wat meer variatie in mijn spel leggen en dat bevalt me beter."

Maar Hermkes was niet de enige muzikant in de gelederen van Romeo die toch een redelijke bekendheid genoot. Leon Giesen, de exbassist van de nederpopband Toontje Lager en later van het cajun- en zydeco-collectief Captain Gumbo, was een van de medeoprichters van Romeo. Verder was er nog drummer RonaId Oor die een muzikaal verleden had bij de Nederlandse rockband I've Got The Bullets en Michiel van der Grinten, een gevierd componist in de Noordlimburgse muziekscene.
Al een paar maanden na de geboorte van Romeo had de band materiaal genoeg om het eerste album mee te vullen. Bert: "Het was voor ons snel duidelijk waar Romeo voor moest staan. Zomeravondmuziek was de allesomvattende term waarnaar het repertoire werd geschreven. Leon en Michiel leverden al snel nummers kant en klaar af en na een paar repetities begonnen we met de opnames."
"Het is eigenlijk de omgekeerde wereld", vindt Geert. "Een doorsnee band repeteert eerst eindeloos voordat ze ook maar begint te denken over professioneel opnemen. Romeo kwam uit het niets en dook meteen de studio in." Dat een door de wol geverfde bandbezetting niet altijd een garantie is voor succes bleek toen Romeo zich live moest gaan bewijzen. De luistermuziek, op het eerste titelloze album mooi aangekleed met uitgesponnen vioolpartijen en andere doordachte arrangementen, was op de planken toch erg breekbaar en vereiste behoedzaam vertolkt te worden.
Bert: "Vooral tijdens onze eerste optredens merkte je dat de aandacht van het publiek al na een half uur spelen verslapte. Als je 20 snelle nummers brengt dan gaan de mensen vanzelf wel de vloer op. We zijn echter geen feestband. Bij onze muziek staat nou eenmaal niet de hele tent meteen op stelten en daar had met name Leon wel wat moeite mee. Je kon aan hem merken dat hij niet helemaal zijn bevrediging vond bij Romeo. Ik herinner me nog een optreden voor personeelsleden van een bejaardentehuis. De mensen bleven tijdens het spelen erg stroef en afstandelijk en Leon wilde nog een paar nummers spelen en dan weggaan. Daar was ik het dus helemaal niet mee eens. Ik vind als je weinig reactie krijgt vanuit de zaal, dan moet je er nog eens extra hard tegenaan gaan. Je pakt altijd wel een paar mensen mee."

De scheiding met Leon Giesen kwam twee jaar geleden niet echt als een verrassing voor Bert en Geert. Leons maatje Oor hield het ook voor gezien en Van der Grinten besloot na enige aarzeling ook een punt te zetten achter Romeo. Met hun vertrek verdwenen ook de leveranciers van verreweg de meeste nummers. De aderlating luidde echter niet het einde in van Romeo. Geert: "Bert en ik waren het er beiden over eens dat de nummers die we met Romeo hadden gemaakt te mooi waren om een prille dood te sterven. We hadden al met al toch zo'n duizend exemplaren van de cd verkocht. Je denkt er in eerste instantie niet aan of je het wel in je hebt om eigen nummers te schrijven, je wilt zo snel mogelijk een nieuwe band op poten zetten. Toen we eenmaal weer voltallig waren en Bert met nieuwe songs aan-kwam dacht ik, och joa, we komme d'r wal."
Bert van den Bergh levert op de nieuwe cd de meeste nummers af. Later krieg geliek werd met nieuwe muzikanten opgenomen en klinkt ook anders dan het eerste titelloze album. Op het debuutalbum blijft het stralend weer, maar op Later krieg geliek wil er wel eens een wolkje voor de zon verschijnen. Romeo behandelt naast de wat 'lichtere' onderwerpen ook wat 'zwaardere' thema's, zoals de dood (Reiziger in Zwart) en relaties waar de routine is ingeslopen (1002). Romeo werd aangevuld met Jeroen van der Linden op drums, Maurice Roosen op toetsen en gitaren en Holger Seeling op bas. "We spelen nu wat zekerder en het geheel is wat sprankelender en spontaner geworden", aldus de zanger. Op later krieg geliek wordt eigenlijk pas duidelijk dat de zalvende stem van Bert zich uitstekend leent om er de smart van Romeo mee te verwoorden. Geen gelikte smartlapperij, want Romeo lijdt echt in nummers over verloren liefdes en gemiste kansen, maar 'levenspop' volgens de zanger. De Vlaamse artiesten Guido Belcanto en Amo Hintjes worden aangehaald als mogelijke raakvlakken want een directe inspiratiebron kunnen de twee mannen van Romeo niet bedenken. Het nummer Ein Aafscheid bespeelt Bert een zelfgebouwde dulcimer. "Je kunt op de dulcimer makkelijk een melodie vinden en het lijkt me dan ook een ideaal instrument voor schooljuffrouwen", aldus de zanger.

Peter Beeker
terug naar &Juliëtte

Deze pagina is bijgewerkt op