JAN BOER


Jan Boer (Rottum, 1899) volgde een opleiding als onderwijzer. Dat vak oefende hij ook uit. Later werd hij directeur van de kweekschool in Meppel (1946) en gemeentelijk onderwijsinspecteur in Groningen (1949).
Reeds als kwekeling schreef hij gedichten in het Hogelands. Zijn eerste publicatie verscheen in het Tijdschrift Groningen in 1917.
In 1947 was hij een van de initiatiefnemers voor het nieuwe Groningen, Letterkundig Tijdschrift en stond hij aan de wieg van andere tijdschriften, o.a. 't Swieniegeltje. Ook was hij voorzitter van de in 1956 opgerichte Schrieverskring.
Jan Boer schreef behalve poëzie ook toneelstukken en verhalen onder meer in dagbladen. Ook schreef hij essays over de verhouding tussen het Gronings en het Nederlands. Zijn twee boekjes met Groninger humor bleken zeer succesvol. Verder werkte hij mee aan de vertaling van de bijbel, psalmen en gezangen.
In 1956 ontving Boer de Hendrik de Vriesprijs van de stad Groningen.
Kunstenaars van naam werkten samen met Boer. "Ploeg"-lid Jan Altink leverde de krijttekeningen voor zijn eerste dichtbundel.
Sommige Groninger zangers en groepen gebruiken liedteksten van de bekende en productieve schrijver. Onder hen Age van der Velde en Törf.
Jan Boer overleed in 1983.


JAN BOER en de PERS:

in 1980:

Kovvie kloar

in 1995:

Eerste Tuutjefloiters-festival in 't Kielzog

in 2000:

Gewoon wereldmuziek dus

in 2001:

Zuit roekende klanken
‘Op Roemte’, adembenemende lofzang of requiem?
Törf, Op Roemte

in 2004:

Groninger ontdekkingsreiziger Henk Scholte treedt op in Amen
Age van der Velde, Stad in regen

in 2005:

Törf overgiet het jubileum met een Spaans sausje

in 2007:

TÖRF, meer dan dertig jaar Groninger muziek
Kloar

in 2014:

‘Wo man singt, da laβ’ dich ruhig nieder’

in 2015:

Veenhoes sessies

in 2016:

Spaigelproatje: Eddy de Jonge van Törf

PUBLICATIES:

"Op roeg hörn" (toneel, Scheemda, 1925)
"Nunerkes, schulpkes dei zingen" (gedichten, Groningen, 1929)
"Dreuge Jaan (toneel, Groningen, 1929)
"Stiekel" (toneel, Groningen, 1929)
"Hoozeveling" (toneel, Groningen, 1934)
"Vonken van 't verleden" (Baarn,1937)
"Van spinnen en vrijen oet vrouger tied" (toneel, Groningen, 1938)
"Boerenvolk" (hoorspel, Groningen, 1940)
"Plougende boer" (Groningen, 1943)
"Zummervaalg" (Assen, 1949)
"Hoes en hof" (Groningen, 1951)
"Old en nei" (Groningen, 1953)
"Waddenvolk" (Groningen, 1953)
"Asveer" (Meppel, 1953)
"Roemte en voart" (Groningen, 1954)
"Ommelander volkslaidjes" (Groningen, 1954)
"Streng bloedkralen, Dreense gedichies van Maaike" (Stadskanaal, 1955)
"Waddenlaand" (1956)
"Witte wieven" (Groningen, 1958)
"Zun wiend en wolken" (Groningen, 1959)
"Aargeloze Grunneger humor" (Groningen, 1960)
"Nog 'n gapsel Grunneger humor" (Groningen, 1961)
"Lutjekes" (Groningen, 1961)
"Aanzain en wezen van 'n moudertoal" (Winschoten, 1961)
"Boer op wennakker" (Winschoten, 1964)
"Oet roemte sneden" (1964)
"Onner aigen volk" (Groningen, 1964)
"Wereld en wie" (Groningen, 1965)
"Hogelandster verhoalen" (Groningen, 1968)
" 't Kraaiennust" (toneel, Groningen, 1970)
"Midden maank mennen" (Groningen, 1971)
"Op de grens tussen het Gronings en het Nederlands" (Wildervank, 1972)

Over Jan Boer:

Derwin Schorren: "Het grasgroene Groningen" (Bedum, 2000)

Deze pagina is bijgewerkt op