TIJDSCHRIFT
VOOR FOLK EN
WERELDMUZIEK

NEWfolkSOUNDS op het web

SOULDADA

“Een bossanova in het Fries, wat is dat nou weer?”

Tekst: Joop van den Bremen

Met de stijging van de temperatuur op aarde, komen (sub)tropische planten- en diersoorten steeds noordelijker voor. Blijkbaar is er ook sprake van een muzikaal broeikaseffect want wereldmuziek wortelt steeds vaker in Friesland. Na de ‘Fryske fado’ van Nynke Laverman en het Wrâldfrysk van Doede Veeman en RemoliNo, laat nu Souldada van zich horen. Vorig jaar verscheen Canção, een opmerkelijke schijf met warme muziek en in meer talen dan Fries alleen.

Souldada is een verbastering van het Portugese saudade en verwijst naar gemis, verlangen en heimwee. Vooral deze gevoelens zijn verweven in de tekst en muziek van het Friese kwintet met die naam. Gitarist Herman Woltman, zangeres Janna Koussios, cellist Carel van Leeuwen, (bas)gitarist Johan Keus en percussionist Willem Smid mengen wereldmuziek uit Zuidoost-Europa en Zuid-Amerika met diverse talen. Soms zijn de liederen oorspronkelijk zoals het Griekse Sokernte van Giorgos Xantiotis of het Servische Pena van de Roma-muzikant Šaban Bajramovic. Maar ook eigen composities in het Engels (The swimming pool), Fries (It strân) of Nederlands (Luna nueva) passeren de revue en Mais feliz werd omgetaald in het Fries tot Gelok. Het repertoire lijkt daarmee sterk uiteenlopend maar volgens de muzikale motor van Souldada, Herman Woltman, valt dat best mee. “We gaan wel alle kanten op, maar de klankkleur van de instrumenten blijft gelijk en we spelen steeds met dezelfde groep. Kijk, je blijft één zangeres volgen en hoewel de cellist allerlei rare dingen doet, blijf je vertrouwd met het geluid.”

Canção is live opgenomen. Woltman vindt dat belangrijk. “Het is niet gekunsteld. Je hoort zoals het is. Misschien wel eens met een vals dingetje maar eerlijk ingespeeld en dat hoor je gewoon. Het is allemaal zo echt als het maar zijn kan. Het maakt ook niet zoveel uit wat je doet, als het maar geloofwaardig is.”
De liefde voor muziek begon bij Herman Woltman al vroeg. “Omdat mijn moeder zangeres is,” vertelt hij met enige trots. “Ze heeft veel oratoria, opera en dat soort dingen gezongen; een groot talent dat overal prijzen heeft gewonnen in binnen- en buitenland.” Nadat het gezin naar Friesland verhuisde, stopte zijn moeder met actief zingen. Wel werd ze docente op het conservatorium in Leeuwarden. Haar gedrevenheid deed ook Herman in de muziek belanden. “Als je als kleine jongen van twee, drie jaar onder de piano zit en je hoort allerlei muziek voorbijkomen dan is dat wel iets dat je beïnvloedt.”
Als tiener maakte Herman weliswaar uitstapjes naar de popmuziek maar toch kwam hij weer bij klassieke muziek uit. Op zijn vijftiende pakte hij de klassieke gitaar op en op zijn achttiende ging hij naar het conservatorium om dat instrument verder te bestuderen. Maar Woltman bleef allerlei muzikale zijsprongen maken. Een tijdlang begeleidde hij Nynke Laverman en voor haar schreef hij ook enkele composities. “Ik heb me nooit beperkt tot een ding omdat ik zoveel dingen leuk vond. Ik heb ook altijd jazz, pop, funk, soul en allerlei muziek daaromheen gedaan. Gewoon omdat ik niet kon kiezen en omdat ik die dingen leuk vond. Allemaal heel divers, dat zit toch wel in me. Ik kan niet kiezen.”
Met Canção koos Woltman echter duidelijk voor wereldmuziek. “Soms zeggen mensen ‘maar wereldmuziek is zoveel.’ Maar voor mij is het een enorme beperking. Ik vind het al heel knap dat ik me kan beperken tot één bepaalde richting zonder dat er gekke samples bijkomen of andere rare dingen.”
De herkomst van de muziek van Souldada is vaak herkenbaar maar de klanken volgen niet altijd de traditionele paden. Wel sluiten ze aan bij de sfeer van het lied. Dat geeft de groep een eigen geluid. Dat blijkt duidelijk in Do libbest yn my waarin Carel van Leeuwen naast zangeres Janna Koussios een leidende rol vervult. Woltman is erg blij met de inbreng van zijn cellist. “Hij pakt de uitersten van de muziek met de klank van zijn instrument.” De cello beweegt zich niet stemmig op de achtergrond maar vervult een rol van betekenis. Woltman componeerde het nummer en samen met Baukje Wytsma schreef hij de tekst. “Er zijn veel mooie zinnen in die tekst. Daar kan Carel goed mee overweg. Hij kan dat heel goed uitdrukken. Wat ik zelf mooi vind, is hoe hij het liedje inkleurt en de opbouw. Wat je vaak hoort met muziek is dat het wordt volgespeeld. Maar de leegte zegt soms veel meer. Dat hij bijvoorbeeld een heel iel nootje speelt, dat verwacht je van een cello niet. Zo’n schriel geluidje kan meer oproepen dan een mooie warme cellotoon. Ik vind het perfect hoe hij dat heeft ingekleurd.”

Baukje Wytsma, die ook Mais Feliz in Gelok vertaalde, is momenteel een van de meest populaire Friestalige tekstschrijfsters. Woltman verbaast dat niet. ”Het is misschien een boute vergelijking maar zij is net als Annie M.G. Schmidt iemand die heel makkelijk schrijft en ook heel mooi en poëtisch. Het Fries ligt haar na aan het hart en in liedteksten blinkt ze uit. Ze kan echt heel goed op ritme schrijven.”
Met Baukje Wytsma werkt Herman Woltman al lang samen net als met Janna Koussios. Woltman en Koussios deden, als Om Utens, mee aan het Friese ‘songfestival’ Liet in 2002. Dat ze derde werden verbaast hem nog steeds. “De mensen begrepen helemaal niks van die muziek. Een bossanova in het Fries, wat is dat nou weer? Dat was heel erg leuk. Nu moet ik zeggen, het komt ook door de uitspraak van Janna en haar manier van zingen dat het zo succesvol was. Ze heeft een hele warme stem. Maar wat ik bijzonder vind - bijvoorbeeld in tegenstelling tot Nynke Laverman - is: Janna zingt veel meer ingetogen. Op het moment dat de meeste mensen juist hard gaan zingen, zingt zij juist zachter en dat vind ik persoonlijk heel spannend. Ze heeft veel gevoel voor verschillende talen. Als je hoort hoe ze Portugees zingt. Gelok vind ik eigenlijk veel mooier dan Mais Feliz van Bebel Gilberto. Als ik Janna hoor zingen dan denk ik: ‘Goh, ik luister liever naar Janna.’ Maar dat mag ik eigenlijk niet zeggen natuurlijk.”
Zangeres Janna Koussios werd in Amsterdam geboren en groeide op in Friesland. “Ik ken Janna al erg lang.” vertelt Woltman. “Ze is met heel veel mensen vanuit het Oostblok opgetrokken in haar leven, gewoon puur uit interesse. Ze werkt in Delft waar heel veel buitenlanders studeren. Daar is ze veel mee opgetrokken en daar is ze in aanraking gekomen met veel muziek uit Servië en Griekenland. Ze kent veel Grieken waarvan één waarmee ze getrouwd is.”
Janna Koussios heeft een volledige baan en stort zich in velerlei activiteiten. In de praktijk blijkt dat soms moeilijk te combineren met optredens weet Woltman. “Ons doel voor volgend jaar is om in theaters te gaan spelen. Ook door de week en dat geeft problemen. Als je drie maanden in een theatercyclus terecht komt, kun je misschien een soort vrijstelling krijgen voor je werk. We onderzoeken of dat kan. Niet iedere werkgever accepteert zoiets natuurlijk, maar ja onze muziek is wel heel geschikt om in theaters te spelen. Ook omdat we graag willen dat de mensen echt luisteren en mee worden gevoerd.”
Souldada speelt dit jaar op Mundial en op Oerol. Het festival op Terschelling, dat uitgroeide tot een evenement van landelijk formaat is voor Souldada een hoogtepunt. “We zijn bezig met dansers en gaan daar de hele Canção vermengen met verschillende beelden. Do libbest in my wordt nu al prachtig vertolkt door Janna en de muzikanten. Maar wat ons nog mooier leek, is om bij die ‘Friese tango’ ook nog dansers te hebben en beelden en licht. We spelen op het strand waar je schitterend perspectief hebt. Je kunt het lied daar ook nog versterken met allerlei visuele aspecten. Daar zijn we aan bezig om dat met de regisseur te repeteren.”

Ook het buitenland lonkt. Oorspronkelijk zou Souldada eind mei naar China gaan om er in het kielzog van een Nederlandse handelsmissie op te treden. De tournee in de provincie Sechuan werd echter afgelast overigens al voordat de aardbeving in de bewuste provincie plaatsvond.
Zoals de zaken er voor staan, gaat Souldada in september wel naar Zuid-Afrika. “We gaan twee weken spelen in een township in Darling. Dat is een soort festival bij de mensen thuis. Wij spelen dan in een kamer, heel kort. Ik geloof zo’n 20 minuten tot een half uur. Dan komt er weer een nieuwe groep. De onderdirecteur van Carré heeft ons daar voor gevraagd. Die heeft met allemaal grote Nederlandse artiesten gewerkt en dan is het natuurlijk enorm leuk als je daarheen kan.”
De kans dat er na die tournee Zuid-Afrikaanse nummers op het repertoire van Souldada staan, is volgens Woltman erg groot. “Ik ben gek op Afrikaanse ritmes maar ook op die samenzang. Ik ben bang dat ik daar veel van mee ga nemen”

Luisteren:
Souldada (eigen beheer JK 131991, 2005)
Canção (eigen beheer SD160907, 2007)
Surfen:
www.souldada.nl

terug naar SoulDada

Deze pagina is bijgewerkt op